De jongen die stenen in sterren veranderde

Lang geleden, niet ver van hier, stond een huis met een tuin. Aangelegd door een koningin die hield van muziek, van bloemen en van de kleur groen. In die tuin groeide een hoge boom, die hoger leek dan alle andere bomen, al was dat misschien alleen zo voor een jongen van zes. Naast de boom stond een springdoek. Iedere keer als hij viel, veerde het doek hem weer omhoog. De jongen wist toen nog niet dat de tuin hem een geheim leerde dat hij zijn hele leven nodig zou hebben.

In dat huis woonde ook zijn vader. Zijn vader was een sterke, lieve koning van zijn eigen kleine rijk. De jongen kon met hem lachen, bouwen en dromen naspelen. Maar op een dag kroop er een onzichtbare mist in het hoofd van de koning. De mist fluisterde dat overal vijanden waren. Dat niemand te vertrouwen was. Dat achter elke deur gevaar schuilde. De koning begon muren te bouwen tegen vijanden die alleen hij kon zien. Hij vulde zijn kamers met sloten en schilden en probeerde vijanden te verjagen. Het hielp niet. Hij voelde zich steeds onveiliger. Hoe hoger de muren werden, hoe wanhopiger hij werd. Zijn koningin zag hoe de mist rondom hem steeds dichter werd. Ze probeerde haar gezin bijeen te houden. Maar niets kon de mist in het hoofd van haar koning verdrijven.

Toen koos ze voor het moeilijkste besluit dat een koningin kan nemen. Ze opende de poort en vertrok. Niet omdat ze haar koning niet liefhad. Maar omdat ze haar zoon een plek wilde geven waar nog zonlicht kon vallen. Ze vond een plek in een veel kleinere, maar knusse woonruimte met slechts één venster, dat uitkeek op een rij bomen, bloemen, gras en de lucht.

Ook de koning verliet het huis. Na vele omzwervingen, ontsnappingen, en een spannende tocht door de bergen, vond hij uiteindelijk wijze genezers in een ommuurde burcht met goede beveiliging aan de poort. Daar voelde hij zich veilig. De mist rondom hem trok zich een beetje terug. De jongen kwam hem daar geregeld opzoeken. Al was zijn vader niet meer dezelfde vader van vroeger, de jongen maakte er het beste van door met hem te wandelen en spelletjes te doen. Helaas was het hart van de koning door al het strijden en vluchten wel erg moe geworden. Op een stille dag vloog het plotseling weg. De jongen bleef achter met een verdriet dat groter was dan zijn woorden konden uitdrukken.

De jongen nam zijn rugzak op en koos een pad naar de Berg van Kennis. Aanvankelijk liep hij via een langzaam pad, omdat hij onderweg tijd nodig had om vrienden te maken, om zijn verdriet te kunnen dragen. De jongen bereikte echter veel sneller dan hij had verwacht, de top van de eerste berg van kennis. De wijzen bovenop de berg zeiden: “Wij kennen een oud verhaal. Over mensen die lood in goud kunnen veranderen. Die uit water dromen bouwen. Die uit steen een diamant kunnen maken. Men noemt hen alchemisten. In jou huist een alchemist.” De jongen glimlachte. Want in het huis van zijn tante en oom hing al vele jaren een schilderij. Geschilderd door een ingenieur uit zijn eigen familielijn, die zijn laatste bruggen had gebouwd van stof, water en emotie. Het schilderij droeg de naam: De Alchemist.

Nog voordat zijn tranen over het lot van zijn vader waren opgedroogd, verscheen er helaas al een tweede ‘draak’ in zijn leven. Deze draak vrat geen ruimte. Hij vrat tijd. Deze draak had zich genesteld in het lichaam van de koningin. Medicijnmannen zeiden dat haar tijd zeer kort zou zijn. Maar niemand kende de kracht van haar vastberadenheid.

Zes lange jaren bleef de koningin haar liefde voor muziek en natuur delen. Voor pianisten en voor zangers. Voor haar zoon. Voor zichzelf. Voor vele mensen die dankzij haar, de herfst van hun leven verfraaid zagen met prachtige klankkleuren. En voor haar geliefde koning die was vertrokken naar het onzichtbare rijk. Ook toen haar stem al zachter werd, en haar handen moe, ging ze door. Ze heelde haar relaties en genoot van diepzinnige gesprekken. Over belevenissen, over goed en kwaad, en over de kracht van vrouwen. Met heldere ogen fluisterde ze haar zussen toe: “W-O-M-A-N: Double you, oh man!”, gevolgd door een schalkse glimlach.

Toen de koningin uiteindelijk toekwam aan haar laatste refrein, wees zij haar zoon nog één laatste taak toe.”Jij kent mijn verhaal,” zei ze. “Vertel het zo dat mensen niet alleen huilen, maar ook zingen, en tijdens mijn afscheid het leven vieren.” Het hart van de koningin werd weggeroepen op een morgen dat het stortregende terwijl de zon scheen. Jacob’s ladders wezen haar de weg naar boven.

Begeleid door wijze medicijnvrouwen tooide de jongen haar lichaam met haar favoriete bloemenjurk. Hij gaf haar lange zijden haren in drie kleuren groen. Met peetouders, familie en vrienden organiseerde hij een afscheid. Al doende ervaarde hij opnieuw dat zelfs de zwaarste stenen kunnen worden opgetild als je begrijpt hoe krachten samenwerken. Het werd een afscheid waarin verdriet en muziek met elkaar dansten. Hij koos haar laatste bed onder een oude boom, en bracht daar een ode aan haar, en aan alle moeders, inclusief aan moeder aarde. Iedereen die erbij was voelde hoe de stem van de liefde luider klinkt dan die van de dood. De koning en koningin hadden elkaar weer gevonden in de hoogste vrijheid. Twee witte duiven zwaaiden boven het bed hun afscheidsgroet.

Meteen na het afscheid beklom de jongen opnieuw een berg van kennis. En zonder ook maar één keer uit te glijden bereikte hij de top. Misschien, zo fluisteren de oude verhalen, worden sommige mensen niet alleen als alchemist geboren, maar ook langzaam gesmeed. Door liefde. Door verlies. Door moed. Door na iedere val, opnieuw weer op te veren. Net zoals op de trampoline bij de hoge boom in de heerlijke tuin waar alles begon.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *