Met een frons in zijn voorhoofd, de mondhoeken in een horizontale streep en zijn blik naar beneden zit hij daar op de eerste rij, in net pak gestoken, naast een al even netjes geklede vrouw. Hij lijkt er helemaal geen zin in te hebben. Is er voetbal op tv ofzo? Waarom ging deze man uitgerekend op de eerste rij zitten? Moest hij misschien mee van zijn vrouw? Ik concentreer mij maar weer op de inhoud van mijn lied en ik geniet intens van beide muzikale begeleiders. Wat is het toch een fantastische ervaring om samen met hen het podium te delen. Het publiek is muisstil, ook tijdens de gesproken introducties van de nummers. “Jouw woorden komen als geroepen, Madelon, daarom is iedereen muisstil, zegt Bert.”Dat is in jazzcafés wel anders. ‘The Dutch disease’ (Nederlandse ziekte) wordt het genoemd, het geklets van publiek tijdens concerten. Maar niet bij dit concert. Wat een heerlijke ervaring! Na het concert komen minstens tien mensen met me delen hoe ze genoten hebben. Een mevrouw vertelt dat ze het concert beslist gaat aanbevelen bij haar enorme vriendinnenschare. Zij komt graag nog eens luisteren met andere mensen!. Anderen zijn al voor de tweede of zelfs derde keer gekomen. Wat bijzonder is dat toch, ik voel me een bofkont. De volgende dag praat ik telefonisch nog even na met de gitarist Hans van Gelderen. “Had je die nors kijkende man op de eerste rij gezien?” zegt hij. “Haha, nou en of, die leek er helemaal geen zin in te hebben!”, zeg ik. “Hij kwam na het concert naar me toe om te vertellen hoe intens hij van ons genoten had”, zegt Hans. De “knorrige man” bleek een intens muzikaal genieter.