Lelystad 2005
“U hebt niet eens de moeite genomen de pagina’s van uw stukken te nummeren, u vernedert de medewerkers van de rechtbank.” We zijn nog maar net binnen, en ik sta al 10-0 achter. Aan het woord is de rechter. Ik zit in een ruimte vol mannen naast de man aan wie ik veel geld heb betaald om mij bij te staan. Een dure advocaat; ik dacht dat een man die goed voor zichzelf zorgt, ook goed voor mij zou zorgen. Niet dus. De advocaat van de tegenpartij hoor ik zeggen dat ik ‘zelf niet voldoende heb bijgedragen aan mijn eigen herstel’. Een manier om het proces zo te buigen dat het hen het minste geld kost. In mij gilt een stem dat íedere mens die pijn heeft, die ziek is, die is uitgeput, slechts één wens heeft: ‘beter worden’. En ik wil gerechtigheid, een eerlijk proces. Maar het hele ‘proces’ is een aanfluiting. Er volgen meer kwetsende leugens. Ik verlaat de rechtbank in een waas nadat ik de advocaat bedankt heb (en mezelf de opdracht heb gegeven om zijn naam zo snel mogelijk te vergeten). “Nooit kom ik meer in Lelystad. Voor mij is het voortaan Lelijkstad” denk ik bij mezelf.
In 2007 maak ik een uitzondering. Er is een jazzfestival in het enorme Agoratheater. Er treden mensen op die ik bewonder: Fay Claassen, Karsu, Gino Vanelli. Muziek is in staat de aller lelijkste plek op aarde in een paradijs te veranderen. Dat gebeurt ook die avond.
Op de dag van de liefde, zaterdag 14 februari 2026 speel ik bij Kevin en Rosa in theater Posa in Lelystad met de stralende held die ik 19 jaar geleden op uitmuntende wijze Gino Vanelli zag, hoorde, voelde begeleiden . Kevin betekent nobel en vriendelijk. Rosa betekent liefdevol en romantisch. Voor mij is Lelystad voortaan weer de stad van de ‘vastberaden idealist’ Cornelis Lely.